St. Anton am Arlberg staat bekend als wintersportplaats, maar de geschiedenis van het Tiroolse bergdorp gaat veel verder dan pistes en skiliften. Rond het dorp vind je onder meer een oude ertsmijn, een bijzonder waterkrachtproject en een bloemenrecord met meer dan 100.000 edelweissbloemen. Ook het ontstaan van het alpineskiën en zelfs het treinstation leveren opvallende verhalen op. Dit zijn tien interessante weetjes over St. Anton am Arlberg, inclusief plekken die je zelf kunt bekijken.
In het kort
- St. Anton speelde vanaf het begin van de twintigste eeuw een belangrijke rol in de ontwikkeling van het alpineskiën.
- Rond het dorp vind je onder meer een edelweissrecord, oude mijngangen en twee waterkrachtcentrales.
- Verschillende locaties uit de weetjes zijn tijdens een zomer- of wintervakantie zelf te bezoeken.
1. De naam St. Anton am Arlberg bestaat pas sinds 1927
Het dorp dat we tegenwoordig kennen als St. Anton am Arlberg droeg in de loop van ongeveer 750 jaar vijf verschillende namen. In historische documenten komen onder meer de benamingen Vallis Taberna, Stanzertal, St. Jakob en Nasserein voor.
De huidige naam werd pas in 1927 officieel ingevoerd. De keuze voor St. Anton am Arlberg maakte duidelijker dat het dorp bij de Arlbergregio hoorde, die zich toen al sterk ontwikkelde als bestemming voor bergtoerisme en wintersport.
2. De Jakobsweg bereikt bij de Maiensee 1865 meter
Een tak van de Jakobsweg naar Santiago de Compostela loopt vanuit Tirol via St. Anton en St. Christoph richting Vorarlberg en Zwitserland. Bij de Maiensee, boven St. Christoph, bereikt deze route een hoogte van 1865 meter.
De Maiensee wordt op deze variant van de pelgrimsroute aangeduid als het hoogste punt op weg naar Santiago. Vanaf het meer daalt de route af naar de Arlbergpas en vervolgens richting het Klostertal. De Maiensee is ook zonder lange pelgrimstocht bereikbaar. Vanuit St. Christoph kun je naar het bergmeer wandelen. Houd er rekening mee dat het hooggelegen pad aan het begin van de zomer nog sneeuwvelden kan hebben.
3. St. Anton is sinds 2006 zelfvoorzienend in elektriciteit
St. Anton am Arlberg wekt sinds 2006 voldoende elektriciteit op om het eigen jaarlijkse stroomverbruik te dekken. Dat gebeurt met twee waterkrachtcentrales: Kartell en Rosanna.
Het Kartellstuwmeer ligt op ongeveer 2000 meter hoogte in het Verwalltal en bevat rond de acht miljoen kubieke meter water. De centrale produceert gemiddeld ongeveer 33 miljoen kilowattuur per jaar. Nadat het water bij Kartell elektriciteit heeft opgewekt, wordt het lager in het dal opnieuw gebruikt door de Rosannacentrale.
Het gaat nadrukkelijk om zelfvoorziening in elektriciteit. Verwarming, vervoer en andere vormen van energiegebruik vallen niet allemaal onder deze berekening. Het Kartellstuwmeer is in de zomer bereikbaar via een lange wandel- of mountainbikeroute door het Verwalltal. De afstand en hoogtemeters maken dit eerder een dagtocht dan een korte wandeling.
4. St. Anton geldt als bakermat van het alpineskiën
De geschiedenis van het moderne alpineskiën is nauw verbonden met St. Anton. In 1901 werd in het dorp de Ski Club Arlberg opgericht. Drie jaar later vond hier een van de eerste gedocumenteerde skiwedstrijden in de Alpen plaats. Een belangrijke rol was weggelegd voor Hannes Schneider. Hij ontwikkelde de zogenoemde Arlbergtechniek, waarbij vaste bewegingen en bochten systematisch werden aangeleerd. In de winter van 1921/1922 begon hij in St. Anton een van de eerste georganiseerde skischolen. Zijn lesmethode werd later in verschillende landen overgenomen.
Wie meer over deze geschiedenis wil weten, kan het Museum St. Anton am Arlberg bezoeken. Het museum is gevestigd in de Villa Trier en besteedt aandacht aan de ontwikkeling van het dorp, de Arlbergspoorlijn en de skisport.
Hoteltip: Hotel Arlmont
Het 4-sterren superior Hotel Arlmont heeft een ideale ligging direct naast het dalstation van de lift in St. Anton am Arlberg: in de winter begint het skiplezier direct voor de deur en in de zomer starten wandel- of mountainbiketochten direct bij het hotel. De 9-holes golfbaan van St. Anton ligt ook direct voor de deur en het centrum ligt op slechts tien minuten lopen.
5. De Galzigbahn gebruikt techniek uit een reuzenrad
De Galzigbahn bij het dorpscentrum werd in 2006 volledig vernieuwd. De gondel heeft een opvallend systeem waarbij de cabines in het dalstation tijdelijk aan een groot draaiend wiel worden gekoppeld.
Daardoor zakken de gondels tot op vloerniveau en kunnen passagiers vrijwel gelijkvloers instappen. Vervolgens worden de cabines weer omhoog gebracht en aan de kabel gekoppeld. De constructie is gebaseerd op techniek die ook bij reuzenraden wordt gebruikt.
Het systeem is vooral vanaf de openbare ruimte rond het dalstation goed te bekijken. Door de glazen gevel zijn het draaiende wiel en de beweging van de gondels zichtbaar.
6. Bij de Sennhütte bloeiden 107.126 edelweissbloemen
Boven St. Anton ligt bij de Sennhütte een opvallend aangeplante bloemenzee in de vorm van één grote edelweiss. Het project begon met ongeveer 1600 planten, waarna de bloemen zich over de berghelling verder verspreidden. Op 5 augustus 2017 werden hier 107.126 afzonderlijke edelweissbloemen geteld. Guinness World Records registreerde de aanleg in de categorie grootste bloemenarrangement gemeten naar het aantal bloemen.
De bloemen groeien langs de WunderWanderWeg bij de Sennhütte. Deze korte themawandeling bevat informatie over alpenplanten, kruiden, natuur en klimaat. De bloei is afhankelijk van hoogte, sneeuw en voorjaarsweer, maar valt doorgaans in de zomermaanden. Edelweiss is een beschermde plant. De bloemen bij de Sennhütte mogen daarom niet worden geplukt.
7. In Gand werd eeuwen geleden al naar erts gezocht
In het gebied Gand bij St. Jakob werd vermoedelijk al in de vijftiende en zestiende eeuw naar erts gezocht. Mijnwerkers haalden hier onder zware omstandigheden verschillende mineralen en ertsen uit de berg.
Bij het voormalige mijngebied zijn oude mijngangen opnieuw toegankelijk gemaakt. Een wandelpad van ongeveer 750 meter voert door twee tunnels en langs drie gereconstrueerde mijngebouwen. Informatieborden vertellen over de winning, de gebruikte gereedschappen en het dagelijkse leven van de arbeiders.
De mijn is doorgaans van het late voorjaar tot in de herfst toegankelijk. In de zomer worden op bepaalde dagen rondleidingen georganiseerd. Controleer voor vertrek de actuele openingstijden, omdat de tunnels buiten het seizoen en bij onderhoud gesloten kunnen zijn.
8. De golfbaan overbrugt ongeveer 100 hoogtemeters
Golf-Club Arlberg ligt in Nasserein, aan de oostkant van St. Anton. De negen holes liggen op ongeveer 1304 meter hoogte en zijn verdeeld over een hellend terrein. Tussen de laagste en hoogste delen van de baan zit ongeveer 100 meter hoogteverschil. Spelers moeten daardoor niet alleen rekening houden met afstand en wind, maar ook met flinke hoogteverschillen tussen de holes. Door de sneeuwrijke winters is de baan alleen tijdens het zomerseizoen geopend. De exacte openingsperiode hangt af van de sneeuwsmelt en de toestand van het terrein.
9. Gebruikt frituurvet wordt verwerkt tot biodiesel
Afvalscheiding gaat in St. Anton verder dan papier, glas en restafval. Gebruikt frituurvet van onder meer restaurants wordt apart ingezameld en verwerkt tot biodiesel die als brandstof voor voertuigen kan worden gebruikt.
Volgens de lokale toeristische organisatie dragen alle bergrestaurants in het gebied het Oostenrijkse milieukeurmerk. Voor dat keurmerk gelden eisen op het gebied van afval, energie, watergebruik, schoonmaakmiddelen en de herkomst van producten. Het biodieselproject maakt St. Anton niet volledig klimaatneutraal, maar laat wel zien hoe een afvalstroom opnieuw als grondstof kan worden gebruikt.
10. St. Anton heeft het hoogste ICE-station ter wereld
Het treinstation van St. Anton ligt op ongeveer 1304 meter hoogte en geldt als het hoogstgelegen station ter wereld waar ICE-treinen stoppen. Het station ligt direct aan de Arlbergbahn, een belangrijke spoorverbinding tussen Tirol en Vorarlberg.
Treinreizigers stappen vrijwel midden in St. Anton uit. Het dorpscentrum en verschillende accommodaties liggen op loopafstand. Vanaf het stationsplein rijden lokale bussen verder naar onder meer Nasserein, St. Jakob en St. Christoph. Er zijn rechtstreekse Railjetverbindingen vanuit onder meer Wenen en Zürich. De precieze dienstregeling en internationale verbindingen verschillen per seizoen.