Wandelen in de regen kan ook in de bergen prima, maar niet iedere wandelroute is bij nat weer een goede keuze. Regen maakt stenen, boomwortels en gras glad en kan samengaan met mist, kou, hoog water of onweer. Met de juiste kleding, een aangepaste route en een goede blik op het bergweer kun je veel regenachtige dagen toch wandelend doorbrengen. Deze tips helpen je bepalen wanneer je kunt vertrekken en wanneer je beter een ander plan maakt.
In het kort
- Regen hoeft een bergwandeling niet uit te sluiten, maar pas je route aan het weer, het terrein en je eigen ervaring aan.
- Kies goede regenkleding, schoenen met voldoende grip en bescherm droge kleding, telefoon en navigatie tegen vocht.
- Bij onweer, zeer slecht zicht, snel stijgend water of een te gladde passage is omkeren meestal de verstandigste keuze.
Kun je wandelen in de bergen als het regent?
Ja, vaak wel. Een rustige regenbui tijdens een wandeling over een brede almweg is iets heel anders dan noodweer tijdens een tocht over een hoge bergkam.
Kijk daarom niet alleen naar het regensymbool in je weerapp. De hoeveelheid regen, wind, temperatuur, zicht, onweerskans en het terrein bepalen samen of een wandeling verstandig is.
Als vuistregel kun je dit aanhouden:
- Meestal prima: lichte of gelijkmatige regen, goed zicht en een eenvoudige route zonder technische passages.
- Route aanpassen: stevige of langdurige regen, mist, sterk dalende temperaturen of een route met veel natte rotsen, wortels en steile stukken.
- Niet vertrekken of omkeren: onweer, storm, zeer slecht zicht, snel stijgende beekjes, water over het wandelpad of passages die door de regen niet meer veilig aanvoelen.
Bij twijfel is een korte wandeling op lagere hoogte bijna altijd een betere keuze dan vasthouden aan een lange tocht naar een top.
1. Bekijk het bergweer vlak voor vertrek
Controleer de weersverwachting op de ochtend van je wandeling opnieuw. Het weer kan in de bergen snel veranderen en lokaal sterk verschillen.
Let vooral op:
- hoeveel regen er wordt verwacht;
- wanneer de meeste neerslag valt;
- de kans op onweer;
- wind op hoogte;
- temperatuur en eventuele sterke afkoeling;
- bewolking en zicht;
- de ontwikkeling van het weer gedurende de dag.
Gebruik bij wisselvallig weer ook een neerslagradar en kijk indien mogelijk naar lokale webcams. Een wolkendek dat vanaf het dal onschuldig oogt, kan op grotere hoogte voor vrijwel geen zicht zorgen.
Worden pas in de middag buien of onweer verwacht? Dan kan vroeg vertrekken verstandig zijn. Plan wel voldoende marge zodat je vóór de weersomslag weer beneden of op een veilige plek bent.
Lees ook: Goed voorbereid de bergen in: 8 checks vóór vertrek
2. Kies bij regen een eenvoudigere wandelroute
Een wandelroute die bij droog zomerweer makkelijk is, kan in de regen ineens een stuk lastiger worden.
Kies op een natte dag bij voorkeur voor een wandeling:
- over brede en goed onderhouden paden;
- zonder lange technische passages;
- met weinig steile rotsachtige stukken;
- zonder geëxponeerde bergkammen;
- die je onderweg kunt inkorten;
- met meerdere mogelijkheden om af te dalen;
- op lagere hoogte als het zicht slecht is.
Boswegen, dalwandelingen en brede almwegen zijn bij regen vaak geschikter dan een lange tocht hoog boven de boomgrens.
Wees extra kritisch op klettersteigen, gezekerde passages, puinhellingen, steile grashellingen en rotsachtige afdalingen. Water kan het karakter van zo'n route volledig veranderen.
3. Regen is iets anders dan onweer
Een natte wandeldag hoeft geen probleem te zijn. Onweer vraagt om een heel andere afweging.
Staat er onweer in de verwachting, plan dan liever geen lange tocht naar een hoge top, open bergkam of ander geëxponeerd terrein. Kies een kortere wandeling waarbij je snel kunt afdalen of stel de tocht uit.
Hoor je onderweg donder of zie je donkere buien snel dichterbij komen? Wacht dan niet tot het onweer boven je hangt. Keer tijdig terug of zoek een veilige route naar beneden.
De gedachte dat de top ‘nog maar een halfuur lopen’ is, is geen goede reden om door te gaan. Juist dat extra halfuur kan je verder van een veilige plek brengen.
Lees ook: Onweer in de bergen: do’s en don’ts
4. Wat doe je als het onderweg ineens hard gaat regenen?
Niet iedere regenbui staat netjes in de weersverwachting. Zeker in de zomer kan het weer lokaal snel omslaan.
Begint het onderweg stevig te regenen, doe dan eerst het volgende:
- Trek je regenjas en eventueel regenbroek aan vóór je kleding volledig nat is.
- Controleer waar je bent en hoeveel route er nog voor je ligt.
- Bekijk of het weer tijdelijk verslechtert of dat er meer buien aankomen.
- Beoordeel opnieuw of de volgende passages nog verantwoord zijn.
- Kijk of er een kortere route, afdaling of andere veilige uitweg mogelijk is.
Blijf niet automatisch het oorspronkelijke plan volgen. Een route aanpassen is onderdeel van bergwandelen.
Wordt het zicht plotseling zeer slecht, ontstaat onweer of blijkt de route steeds gladder en moeilijker te worden? Keer dan om als dat nog veilig kan.
5. Draag laagjes en zorg voor een goede regenlaag
Goede regenkleding houdt niet alleen water buiten, maar helpt ook voorkomen dat je afkoelt.
Een praktisch lagensysteem bestaat uit drie delen.
Onderlaag
Draag een shirt dat vocht van je huid afvoert en redelijk snel droogt. Katoen is minder geschikt bij nat en koud weer, omdat het veel vocht vasthoudt.
Warme tussenlaag
Neem afhankelijk van temperatuur en hoogte een fleecevest, dunne trui of andere isolerende laag mee. Vooral wanneer je stopt of het op hoogte afkoelt, is zo'n extra laag prettig.
Water- en winddichte buitenlaag
Een regen- of hardshelljas beschermt tegen neerslag en wind. Ventilatiemogelijkheden zijn prettig tijdens een klim, omdat je anders alsnog nat kunt worden van transpiratie.
Bij langdurige regen is een regenbroek minstens zo praktisch. Trek regenkleding aan voordat je wandelkleding doorweekt is en stop je jas daarom boven in je rugzak.
Regenjas, poncho of paraplu?
Voor bergwandelen is een regenjas meestal de meest veelzijdige optie. Je houdt je handen vrij en een jas werkt ook bij wind.
Een poncho beschermt naast je bovenlichaam vaak een deel van je rugzak, maar kan bij harde wind hinderlijk worden en is minder geschikt in technisch terrein.
Een paraplu kan prettig zijn op brede, eenvoudige paden bij weinig wind. Op steil terrein of wanneer je wandelstokken gebruikt, is hij veel minder praktisch.
6. Kies (waterdichte) wandelschoenen met voldoende grip
Bij wandelen in de regen gaat het niet alleen om droge voeten. Grip is minstens zo belangrijk. Een zool met voldoende profiel geeft meer houvast op modder, nat gras en losse ondergrond. Toch blijft geen enkele zool volledig betrouwbaar op natte rotsen of gladde boomwortels.
Waterdichte wandelschoenen (met bv. Gore-Tex) zijn prettig bij plassen en nat gras, maar ook daarin kunnen je voeten nat worden. Water loopt bijvoorbeeld via je broek of sokken langs de bovenkant naar binnen. Gamaschen kunnen bij langdurige regen of hoog, nat gras extra bescherming bieden.
Neem op een langere tocht ook een paar droge wandelsokken mee in een waterdichte zak. Langdurig natte sokken verhogen de kans op wrijving en blaren.
Tip: gamaschen (regenhoezen voor je schoenen) en een paraplu.
7. Loop anders op natte stenen, wortels en gras
Regen verandert de ondergrond. Vooral gladde rotsplaten, boomwortels, houten vlonders en steil gras vragen extra aandacht. Verlaag je tempo en zet kleinere passen. Plaats je voet zo vlak mogelijk op de ondergrond en voorkom abrupte draaibewegingen.
Tijdens een afdaling is het verleidelijk om sneller door te lopen, maar juist dan gebeuren veel uitglijders. Neem de tijd. Wandelstokken kunnen extra steun en balans geven. Ze zijn vooral prettig tijdens een lange afdaling of op modderige en ongelijkmatige paden.
Neem ook geen ongemarkeerde afkortingen. Een steile grashelling of losse aarde kan na regen veel gladder zijn dan het officiële wandelpad.
8. Bescherm je rugzak en belangrijke spullen tegen water
Een regenhoes over je rugzak is handig, maar maakt een rugzak niet automatisch volledig waterdicht. Via het rugpand, naden en openingen kan bij langdurige regen alsnog water binnendringen.
Verpak spullen die absoluut droog moeten blijven daarom apart. Denk aan:
- droge kleding;
- extra sokken;
- telefoon;
- papieren wandelkaart;
- EHBO-materiaal;
- powerbank;
- eten dat niet nat mag worden.
Een drybag of stevige waterdichte zak is hiervoor praktischer dan uitsluitend vertrouwen op een regenhoes. Download je wandelroute vooraf ook offline op je telefoon. Slecht weer en slecht mobiel bereik komen in de bergen regelmatig tegelijk voor.
9. Let bij langdurige regen op beekjes en waterlopen
Een beekje dat 's morgens nauwelijks water voert, kan er na enkele uren stevige regen heel anders uitzien.
Wees daarom extra voorzichtig bij routes:
- door kloven en smalle dalen;
- langs bergbeekjes;
- met meerdere beekoversteken;
- onder steile hellingen waar veel water afstroomt.
Moet je een beek oversteken en twijfel je of dat veilig kan? Zoek dan niet op eigen houtje naar een avontuurlijk alternatief, maar keer terug of kies een andere route. Denk bovendien aan de terugweg. Een passage die aan het begin van de wandeling eenvoudig was, kan enkele uren later door meer water veel lastiger zijn. Ook losliggende stenen, aarde en modder kunnen na langdurige zware regen gemakkelijker in beweging komen.
10. Slecht zicht kan een groter probleem zijn dan regen
Mist en lage bewolking worden tijdens een regenachtige bergwandeling soms onderschat.
Op een brede bosweg is beperkt zicht meestal geen groot probleem. Boven de boomgrens, op een puinhelling of op een minder duidelijk gemarkeerde route kan de oriëntatie ineens veel moeilijker worden.
Zorg daarom dat je:
- de route vooraf hebt bekeken;
- een offline wandelkaart hebt;
- voldoende batterij op je telefoon hebt;
- routemarkeringen actief blijft volgen.
Kun je de volgende markering niet meer vinden? Loop dan niet lukraak verder. Ga terug naar de laatste plek waarvan je zeker weet dat je goed zat.
Bij zeer slecht zicht is het bovendien verstandiger om niet verder naar onbekend of technisch terrein te klimmen.
Wanneer moet je tijdens een bergwandeling omkeren?
Er is geen universeel moment waarop iedere wandelaar moet stoppen. De omstandigheden, route en ervaring van de groep spelen allemaal mee.
Er zijn wel duidelijke signalen om serieus te overwegen de tocht af te breken:
- onweer komt dichterbij;
- het zicht wordt zo slecht dat navigeren moeilijk wordt;
- de route wordt veel gladder of technischer dan verwacht;
- beekjes of waterlopen stijgen snel;
- er stroomt water over passages waar dat normaal niet gebeurt;
- iemand in de groep wordt koud en krijgt zichzelf niet meer warm;
- je kleding of uitrusting blijkt onvoldoende;
- je loopt flink achter op de geplande tijd;
- je twijfelt of je een volgende passage veilig kunt nemen.
Omkeren is geen mislukking. Het betekent dat je het plan aanpast aan de omstandigheden die je daadwerkelijk aantreft.
Na de wandeling: laat kleding en schoenen goed drogen
Ben je terug bij je accommodatie, haal natte spullen dan meteen uit je rugzak. Verwijder de binnenzolen uit je wandelschoenen en laat de schoenen rustig op een goed geventileerde plaats drogen. Zet ze liever niet direct tegen een hete verwarming.
Hang regenjas en regenbroek volledig uit en controleer of ook de binnenkant droog is voordat je ze opnieuw inpakt. Is je regenjas na verloop van tijd minder goed waterafstotend? Controleer dan of de buitenlaag een nieuwe behandeling nodig heeft. Zo sta je bij de volgende regenachtige wandeldag niet opnieuw met natte schouders.
En na zo'n natte tocht smaakt een warme soep of Kaiserschmarrn in een berghut natuurlijk nog steeds uitstekend. Alleen is die dit keer de beloning en niet de belangrijkste regentip.
Veelgestelde vragen over bergwandelen in de regen