Skip to navigation Skip to main content

13 gevaren bij wandelen in de bergen en hoe je ze voorkomt

Ongeluk

Wandelen in de bergen is niet per definitie gevaarlijk, maar terrein, hoogte en snel veranderend weer maken een fout ingrijpender dan tijdens een wandeling in Nederland. Veel problemen ontstaan door onderschatting: een route blijkt moeilijker, er ligt nog sneeuw of een onweersbui komt eerder dan verwacht. Met een passende route, actuele lokale informatie en de juiste uitrusting kun je veel risico’s beperken. Dit zijn dertien gevaren die je tijdens een bergwandeling moet herkennen en zo veel mogelijk wilt voorkomen.

In het kort

  • Vallen, verdwalen, noodweer en overschatting zijn belangrijke risico’s tijdens bergwandelen.
  • Controleer altijd het weer, de routecondities, hoogtemeters en moeilijkheidsgraad.
  • Neem navigatie, extra kleding, eten, drinken, EHBO en een opgeladen telefoon mee.

Is wandelen in de bergen gevaarlijk?

Bergwandelen brengt risico’s met zich mee, maar is bij een goede voorbereiding niet automatisch gevaarlijk. Problemen ontstaan vaak door een combinatie van factoren. Een wandelaar raakt bijvoorbeeld vermoeid, mist daardoor een markering en komt vervolgens bij slecht weer in moeilijk terrein terecht.


De routekeuze is daarom minstens zo belangrijk als de spullen in je rugzak. Bekijk niet alleen de afstand, maar ook het aantal hoogtemeters, de ondergrond, de moeilijkheidsgraad en eventuele steile of gezekerde passages. Controleer kort voor vertrek bovendien of het pad open en begaanbaar is.


Controleer voor vertrek:

  • Past de wandeling bij de minst ervaren persoon in de groep?
  • Zijn het pad, de berghutten en eventuele bergliften geopend?
  • Ligt er nog sneeuw of is er recent veel regen gevallen?
  • Hoe ontwikkelt het weer zich gedurende de dag?
  • Op welk tijdstip moet je uiterlijk omkeren?
  • Staat de route offline op je telefoon en heb je een kaart bij je?
  • Weet iemand welke route je loopt en wanneer je terug verwacht te zijn?

1. Verdwalen

Mist, sneeuw en onduidelijke markeringen kunnen het lastig maken om een bergpad te volgen. Vertrouw daarom niet alleen op een wandelapp, maar download de kaart offline en neem bij afgelegen tochten een papieren kaart mee.


Ben je het pad kwijt? Loop dan terug naar het laatste punt waarvan je zeker weet dat je goed zat.

2. Een te moeilijke of lange route kiezen

Een korte afstand kan door veel hoogtemeters, smalle paden of losse stenen toch zwaar zijn. Bekijk daarom vooraf het hoogteprofiel, de moeilijkheidsgraad en de verwachte wandeltijd.


Houd voldoende energie en tijd over voor de afdaling. Omdraaien is verstandig wanneer de tocht zwaarder blijkt dan verwacht.

Smal wandelpad

3. Struikelen, uitglijden of vallen

Natte wortels, los grind en vermoeide benen vergroten de kans op een val, vooral tijdens de afdaling. Draag schoenen met voldoende profiel, loop rustig en kijk waar je je voeten neerzet. Stop wanneer je een foto maakt of op je telefoon kijkt.

4. Oude sneeuwvelden

Op hoge en schaduwrijke hellingen kan tot ver in de zomer sneeuw liggen. Harde sneeuwvelden zijn glad en een val kan op steil terrein moeilijk te stoppen zijn.
Vraag lokaal naar de omstandigheden. Steek een sneeuwveld niet over wanneer je geen geschikte uitrusting of ervaring hebt.

Sneeuwveld oversteken

5. Een plotselinge weersomslag

In de bergen kunnen mist, wind, regen en onweer snel ontstaan. Bekijk daarom een lokaal bergweerbericht en vertrek op dagen met kans op onweersbuien bij voorkeur vroeg.
Keer tijdig om wanneer het weer verslechtert. Vermijd bij onweer toppen, bergkammen, open vlaktes en geïsoleerde bomen.

6. Hitte en uitdroging

Zon, hoogte en inspanning zorgen ervoor dat je veel vocht verliest. Hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid kunnen wijzen op uitdroging of oververhitting.
Neem voldoende water mee, plan pauzes in de schaduw en bescherm je hoofd en huid tegen de zon.

Wandelen in de hitte

7. Afkoeling en onderkoeling

Hoger in de bergen kan het veel kouder en winderiger zijn dan in het dal. Regen en natte kleding zorgen bovendien voor snelle afkoeling.
Neem altijd een warme laag en een water- en winddichte jas mee, ook wanneer het bij vertrek zonnig is.

8. Steenslag en los gesteente

Stenen kunnen losraken door andere wandelaars, dieren, regen of temperatuurverschillen. Vooral onder rotswanden en op puinhellingen is steenslag mogelijk.
Blijf niet onnodig stilstaan in risicogebieden, houd afstand tot anderen en volg afsluitingen en lokale waarschuwingen.

Wandelpad met losse stenen

9. Vermoeidheid en blessures

Vermoeidheid vermindert je concentratie en evenwicht. Hierdoor ontstaan veel ongelukken juist tijdens het laatste deel van een wandeling.
Eet, drink en rust regelmatig. Neem een compacte EHBO-set mee en beëindig de tocht bij ernstige pijn of lichamelijke klachten.

10. Koeien en andere dieren

Koeien kunnen defensief reageren wanneer je dicht bij kalveren komt of een hond bij je hebt. Houd afstand, blijf rustig en loop met een ruime boog om de kudde.
Aai of voer dieren niet. Controleer in gebieden met wilde dieren vooraf de officiële lokale gedragsadviezen.

Koe tegenkomen tijdens het wandelen
© Spalder Media Group

11. Geen mobiel bereik

In afgelegen berggebieden is mobiel bereik niet vanzelfsprekend. Deel daarom vooraf je route en verwachte terugkomsttijd met iemand anders.
Bij een noodsituatie kun je in de Europese Unie 112 bellen. Geef je locatie, het aantal slachtoffers en de aard van het ongeval zo nauwkeurig mogelijk door.

12. Duisternis of de laatste berglift missen

Een wandeling kan door slecht weer, drukte of routezoeken langer duren dan gepland. Controleer daarom de laatste afdaling van de berglift en spreek een uiterste omkeertijd af.
Neem bij langere dagtochten een hoofdlamp mee. De lamp van een telefoon trekt de batterij snel leeg.

Duisternis in de bergen

13. Hoogteziekte

Hoogteziekte kan ontstaan wanneer je snel naar grote hoogte stijgt. Mogelijke klachten zijn hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid en extreme vermoeidheid. Stijg bij klachten niet verder. Daal af wanneer ze verergeren en schakel bij ernstige benauwdheid, verwardheid of coördinatieproblemen direct hulp in.

Wanneer kun je beter omkeren?

Keer terug wanneer het weer verslechtert, de route te moeilijk blijkt, je het pad kwijt bent of iemand in de groep uitgeput raakt. Doe dat ook wanneer een sneeuwveld, beschadigd pad of steenslagzone niet veilig te passeren is.
Een vroege beslissing geeft je meer tijd om veilig terug te keren.

Zomer Thijs

Over Thijs

Thijs verkent de bergen in de zomer het liefst op de racefiets. De schoonheid van het landschap en de strijd aangaan met de berg zijn aspecten waarvoor hij graag afreist naar de Alpen. Naast het beklimmen van bekende Alpenreuzen als Alpe d’Huez, Col du Galibier en Mont Ventoux fietst hij ook graag in de heuvels van Zuid-Limburg.